Het is weer een tijd geleden.
Dit typte ik zo’n tweetal weken geleden. Ondertussen is het nog langer geleden en is het zelfs al Pasen. Een dag van verrijzenis. Voila, de aftrap van deze post is gegeven. Van aftrappen gesproken. Ik heb me laten vertellen dat er volgend jaar een Leuvense voetbalploeg in eerste klasse speelt. En als ik me goed herinner, krijg ik daarvoor een pintje. Ik ben blij voor Leuven. Dat zeker. Maar ik vind het jammer dat er ook altijd ploegen moeten degraderen. Neem nu Charleroi. In de krant las ik deze week dat het voetbal elftal een baken van hoop is voor de stad. Sporting Charleroi geeft blijkbaar zin aan het leven van veel mensen. Mensen die door het Leven al genoeg zijn toegetakeld. Dat ze zichzelf de Zebra’s noemen, vind ik een onovertroffen troef. Moest ik ooit tot de ontdekking komen van een supportershart, dan is Charleroi wel een kanshebber.
Ik moet zeggen dat ik soms mijn twijfels heb bij de geschreven pers. Maar dit artikel over de ziel van Charleroi strookte met wat ik eerder in de week gezien had ergens tussen de Dansaertstraat en de Anspachlaan. Een evenement georganiseerd door een vereniging die zichzelf een Vlaams-Nederlands Huis voor Cultuur en Debat noemt, wekte om verschillende redenen mijn interesse.
Ten eerste werd de avond opgeluisterd met de aanwezigheid van Paul Magnette. Ik zou liegen als ik zei dat mijn bewondering voor hem zich enkel op intellectueel vlak afspeelde. Oordeel zelf maar. Ik heb hier ooit eens iets geschreven over een lijstje met one-night-stands. De avond was alvast een bevestiging van mijn vermoeden dat mijnheer Magnette er absoluut een plaatsje op verdient.
Met zo’n eerste reden kom ik natuurlijk erg oppervlakkig over. Meestal ben ik dat niet, lieve lezer. De oppervlakkigheid haalt slechts in zeldzame momenten van zwakte de bovenhand. Zo’n moment heeft u net meegemaakt. Ik ben er weer over. Dat zal u merken aan mijn tweede reden op een mooie dinsdagavond naar de hoofdstad af te zakken. Aan het debat ging een documentaire vertoning vooraf, die van Arm Wallonië. Het klinkt als een bevestiging van alle clichés die we over het Franstalige landsgedeelte kennen. De titel is echter een allusie op een boekje uit 1903, Arm Vlaanderen. Wat jawel, lieve lezer, dat was Vlaanderen nog aan het begin van de twintigste eeuw. Arm. Straatarm. Armoe troef. Een vergeten hoofdstuk uit onze geschiedenis. En nog zo’n vergeten hoofdstuk is de grootschalige migratie van Vlamingen naar het eldorado dat Wallonië in de twintigste eeuw was. De documentaire liet deze ‘migranten’ aan het woord en toonde hoe ze geassimileerd waren met de Waalse natives. Enfin goed, om een lang verhaal kort te maken: tweede reden was de voorliefde voor vergeten hoofdstukken.
Een laatste reden is niet zomaar in één twee drie uit te leggen. Niet dat ik iets ooit op één twee drie uitleg. Maar nu, in tegenstelling tot al die andere keren, gaat het gewoonweg niet. Ik doe een poging. De week voor het bewuste debat, kwam ik tot het besef dat ik eigenlijk wel veel van Vlaanderen hou. En ik bedoel dit op geen enkele manier politiek, laat dat duidelijk zijn. Nee, ik heb het meer over onze mores. Ik hou van vrijdagsmarkten. Ik hou van het volk dat bij de minste zon op zijn velo springt. Ik hou van datzelfde volk dat van de Ronde elk jaar een volksfeest maakt. Ik hou van witloof met kaas en hesp, asperges en Vedett. En ik kan zo nog wel even doorgaan. Ik hou enkel niet van kermissen. Dat mogen ze wat mij betreft afschaffen. Of toch beperken tot een minimum.
Of ik binnen een afzienbare tijd tot mijn derde reden kom? Ik heb er zelf mijn twijfels bij. Ik ben er zelf nog niet helemaal uit wat die net is. Ik denk dat ik naar het debat in Brussel ging om erachter te komen of ik ook van Wallonië hou. Of zou kunnen houden. En toen ik de docu zag en met veel interesse naar het aansluitende debat luisterde dinsdag, besefte ik dat ik Wallonië helemaal niet ken. Maar echt totaal niet. Maar toen ik de docu zag en met veel interesse naar het aansluitende debat luisterde dinsdag, wist ik dat er potentieel was. Potentieel om binnen afzienbare tijd ook van Wallonië te houden.
Ik heb me ondertussen voorgenomen om deze zomer met Arm Wallonië kennis te maken. Wie zin heeft om mee te gaan, laat iets weten. De ontdekkingsreis zal vermoedelijk per trein gebeuren. En van trein gesproken, mijn vrienden van de NMBS hebben nog steeds niet gereageerd op mijn schrijven van 12 maart jongstleden. Zou ik ergens op een zwarte lijst beland zijn? Of heb ik een gevoelige snaar geraakt? Ik hoop allebei…
Een laatste gedachte en dan laat ik u met paasrust. Toen ik dinsdag door het zonnige en levendige Brussel liep, dacht ik bij mezelf, ‘waarom later niet in Brussel wonen?’. Het is een vraag in de orde van andere vragen die ik mezelf regelmatig stel: ‘Waarom later niet elke dag soep maken?’, ‘Waarom later mijn Facebookprofiel niet afdanken?’ en ‘Waarom later niet deze blog laten voor wat ze is en mijn lieve lezers een rustiger leven gunnen?’. En misschien komt die laatste ‘later’ sneller dan verwacht…
x
Muziek: Dolly Parton – Yuko
Hey Marie,
Wauw, wat reageer ik weer veel te snel op je blog. ^^ Maar opnieuw, mooi geschreven.
En als je nog een treinbuddy zoekt voor je Wallonië-tripje, deze vriend van de NMBS is zeker bereid mee te trippen!
Oh, en een muzikale tip: Dolly Parton – I will always love you. Véél gebrokener dan Whitney Houston.
xx
Marie, laat ons met die blog maar nooit met rust! Ik vond het weer een prachtig stukje. En ik wil graag met je mee naar Wallonië. Volgende week zaterdag staat er zelfs een dagtrip naar Namen op mijn programma, dus als je wil…
‘Waarom later niet deze blog laten voor wat ze is
en mijn lieve lezers een rustiger leven gunnen?’
Waarom niet?
Daarom niet!