Als alles (of toch het meeste) een beetje meezit, kan ik me op 2 juli a.s. met volle overtuiging “Bachelor in de Geschiedenis” noemen. Er zijn ergere dingen, niet waar, lieve lezer? Theoretisch hebben de 180 verworven studiepunten me 4500 à 5400 werkuren gekost (in de wetenschap dat één studiepunt 25 à 30 werkuren van je vergt). Geen idee hoeveel het er in werkelijkheid geweest zijn. In theorie ben ik dus nog maar 60 studiepunten (of 1500 à 1800) verwijderd van het masterdiploma in de Geschiedenis. Hoeveel het er in werkelijkheid zullen worden, geen flauw benul. Misschien moet ik dat eens bijhouden… eens zien of die theorie rond de studiepunten wel klopt. Maar hoe ga ik dat praktisch aanpakken? En is het niet gigantisch arbitrair? Als je op de trein zit naar bijvoorbeeld een archief in Antwerpen, zijn dat dan ook werkuren? Ik zal nog eens diep moeten nadenken over de ‘operationalisering’ van het concept. Als ik het plan ten uitvoer breng, laat ik u zeker de resultaten weten, lieve lezer. Kwestie dat deze blog blijft bijdragen aan de complete overbodigheid.
Maar kom kom. Er zijn belangrijker zaken te bespreken dan mijn academische verwezenlijkingen. De politiek bijvoorbeeld. Het was een bewogen 13 juni. Blij te melden dat mijn stem in deze verkiezingen – in tegenstelling tot de Vlaamse waarin mijn SLP-stem vrij snel verloren is gegaan – wél iets heeft opgebracht. ‘Mijn’ partij is er met welgeteld één zetel op vooruit gegaan. Applaus.
De analyses laat ik over aan de politicologen. Ik heb het genoegen de huiskamertelevisie met een politicoloog in spe te delen dus de analyses – de één al wetenschappelijker dan de ander: “Carl De Vos lijkt toch echt op Winnie de Pooh” is iets wat we al meermaals uit zijn mond hebben moeten horen – blijven nooit lang achterwege.
De voorbije zondag heeft een “tsunami” (het woord waaraan ik me de afgelopen week het meest geërgerd heb, met “vuvuzela” als een mooie tweede) teweeg gebracht in het Belgische politieke landschap. Het antwoord op de vraag waar die aardverschuiving precies ligt, laat ik opnieuw met alle plezier over aan de politicologen.
Wat ik wél weet is dat die “tsunami” misschien wel verstrekkende gevolgen kan hebben voor verschillende mensen in mijn omgeving. Zo beweert mijn vader dat hij emigreert als Elio Di Rupo premier wordt. Mijn lief op zijn beurt, gaat emigreren als België splitst. Ook één van mijn kotgenotes heeft al eens een bewering in die richting gedaan. Nou. Als ik hun standpunten zou extrapoleren, kunnen deze verkiezingen wel eens voor serieuze migratiestromen zorgen. Hopelijk staat het migratiebeleid van onze buurlanden iets beter op punt dan het onze, zodat mijn vrienden en familie toch iets of wat goed terechtkomen.
Afsluitend wil ik me richten tot collega-historicus (klinkt fancy hé) Bart De Wever, kersvers informateur. Iets zegt me dat de komende weken u méér werkuren dan een bachelor diploma zullen kosten. Mochten het er toch minder zijn, laat het me zeker weten. Weet dat ik het gigantisch oneens ben met u maar dat ik het 100% geloof in uw kunnen. Het is u gegund. Op één voorwaarde. Dat u of en toe de tijd vindt om een verhaaltje voor te lezen aan uw kinderen. Dat bent u hen verplicht. Want zij zijn nog niet stemgerechtigd…
Met opperbeste groeten,
Marie Heyvaert
ps: De titel van deze post is een zinnetje gezegd bij het eten van een Magnum-ijsje. Maar u moet toch toegeven, lieve lezer, dat het, uit de context, gewoon een heel grappige zin is. Geen dank.
Muziek: Come Home – Amatorski


Mag ik ook emigreren met dezelfde reden als je papa? Of moet ik een andere reden zoeken?
Wat een briljant mooi nummer waarop deze post werd geschreven, ik had hem toevallig ook opstaan toen ik het las.
Beste Marie,
Konden alle Leuvense geschiedenisstudenten maar zo goed schrijven als jij … De arbeidsvreugde van docenten bij het corrigeren van scripties allerhande zou meteen toenemen.
Pingback: Like you could never cut the mustard with the big boys | Odyssee.
Pingback: If man makes himself a worm he must not complain when he is trodden on | Odyssee.